Het korte antwoord: meet de binnenkant van een ring die je al hebt, van de ene rand naar de andere. Die afstand in millimeters vermenigvuldig je met 3,14 en dat is je ringmaat. Meet je 17,2 millimeter, dan heb je maat 54.
Een ringmaatstok heeft bijna niemand thuis liggen, en toch is het de meest gestelde vraag voordat iemand een ring bestelt. Gelukkig heb je alleen een liniaal nodig en een ring die je al draagt.
Meten aan een ring die je al hebt
Dit is verreweg de nauwkeurigste methode. Pak een ring die aan de vinger zit waar je de nieuwe ring wilt dragen, en die lekker zit. Niet te los en niet knellend.
- Leg de ring plat op tafel.
- Meet met een liniaal de binnenkant, van de binnenrand aan de ene kant naar de binnenrand aan de andere kant. Dat is de diameter.
- Lees de afstand af in millimeters, zo nauwkeurig als je kunt.
- Vermenigvuldig die afstand met 3,14. De uitkomst is je ringmaat.
Meet je 16,6 millimeter, dan kom je uit op 52. Meet je 17,8 millimeter, dan is het 56. In onze maattabel staat een rekenhulp waarin je de diameter invult en direct je maat ziet.

Meten met een touwtje als je geen ring hebt
Heb je geen ring om aan te meten, dan kan het ook om je vinger. Deze methode is minder nauwkeurig, dus houd er rekening mee dat je er een maat naast kunt zitten.
- Knip een reepje papier van ongeveer een halve centimeter breed.
- Wikkel het strak om je vinger, net onder de knokkel.
- Zet met een pen een streepje waar het papier overlapt.
- Meet de lengte tot dat streepje. Dat is de omtrek, en dat getal in millimeters is meteen je ringmaat.
Belangrijk: de ring moet over je knokkel passen. Is je knokkel duidelijk dikker dan de rest van je vinger, meet dan ook daar en neem het grootste getal.
Wanneer je beter niet kunt meten
Je vingers zijn niet de hele dag even dik, en dat scheelt zomaar een hele maat.
- Vroeg in de ochtend zijn je vingers vaak dikker door vocht.
- Vlak na het sporten zijn ze opgezet.
- Als je het koud hebt zijn ze juist dunner.
- Bij warm weer zetten ze uit, wat in de zomer een maat kan schelen.
Het eind van de middag, bij een normale kamertemperatuur, is het beste moment.

Tussen twee maten in? Neem de grootste
Dit is de meest gemaakte fout. Een ring die precies past voelt op het moment van meten goed, maar knelt aan het eind van een warme dag. Een ring die net iets ruim zit, draag je het hele jaar door zonder erover na te denken.
De enige uitzondering is als je de ring aan je pink draagt, want daar glijdt hij er sneller af.
Welke maat hebben de meeste mensen?
Bij vrouwen ligt maat 54 tot 56 het meest voor de hand, aan de ringvinger. Voor de wijsvinger zit je meestal een tot twee maten hoger, en voor de pink twee tot drie maten lager. Dat is een gemiddelde, dus meet altijd zelf.
Zit je er toch naast?
Dan ruilen we hem gewoon. Je hebt veertien dagen bedenktijd, en zolang de ring ongedragen is sturen we een andere maat toe. Kijk bij ruilen en retourneren hoe dat werkt.
Weet je de maat van iemand anders echt niet, kies dan een open ring. Die past over meerdere maten en je kunt hem voorzichtig iets wijder of nauwer buigen. Bekijk onze ringen of lees meer over sieraden cadeau geven.



