Het korte antwoord: kies een oorbel die de tegenovergestelde vorm heeft van je gezicht. Bij een rond gezicht werken langere oorbellen, bij een langer gezicht juist ronde. Bij een ovaal gezicht kan bijna alles.

Dit is geen wet, en als je iets mooi vindt moet je het gewoon dragen. Maar als je twijfelt tussen twee paar oorbellen, dan helpt deze vuistregel om te kiezen.

Eerst je gezichtsvorm bepalen

Bind je haar naar achteren en kijk in de spiegel. Let op de breedte van je voorhoofd, je jukbeenderen en je kaaklijn, en op hoe lang je gezicht is ten opzichte van de breedte.

Twee paar goudkleurige oorringen van verschillende maat als twee cirkels
Twee paar goudkleurige oorringen van verschillende maat als twee cirkels

Rond gezicht

Ongeveer even breed als lang, met zachte lijnen en volle wangen. Langere oorbellen maken je gezicht optisch langer. Denk aan oorhangers met een klein hangertje of langgerekte oorringen.

Grote ronde creolen versterken juist de rondheid, dus die zijn hier minder logisch. Kleine oorstekers kunnen wel, want die vallen niet op in de vorm.

Langwerpig of ovaal gezicht

Bij een langer gezicht werken ronde en brede vormen het best, want die geven breedte. Creolen zijn hier ideaal, net als oorknoppen met wat volume.

Heel lange, smalle oorhangers maken je gezicht optisch nog langer. Wil je toch iets hangends, kies dan een model dat naar onderen breder wordt.

Een paar middelgrote goudkleurige oorringen rechtop tegen een boog
Een paar middelgrote goudkleurige oorringen rechtop tegen een boog

Hartvormig gezicht

Breder voorhoofd, smallere kin. Oorbellen die naar onderen toe breder worden brengen de aandacht naar je kaaklijn en maken het geheel evenwichtiger. Druppelvormige oorhangers werken hier heel goed.

Vierkant of hoekig gezicht

Bij een uitgesproken kaaklijn verzachten ronde vormen het geheel. Creolen en oorbellen met een ronde hanger nemen de hoeken weg. Strakke, hoekige oorbellen versterken de kaaklijn juist, en soms is dat precies wat je wilt.

Belangrijker dan je gezichtsvorm

Er zijn twee dingen die in de praktijk meer uitmaken dan de vuistregels hierboven.

  • Je haar. Draag je je haar meestal los, dan verdwijnen kleine oorbellen. Grotere modellen zijn dan logischer. Draag je vaak een staart, dan komt van alles goed uit.
  • Wat je doet op een dag. Grote oorringen zijn leuk, maar niet als je met kleine kinderen omgaat of met een telefoon aan je oor werkt.

Als je net begint

Middelgrote oorringen zijn de veiligste eerste aankoop. Ze zijn groot genoeg om op te vallen en klein genoeg voor overdag. Daarna is een setje met verschillende maten handig, want dan ontdek je vanzelf wat je het vaakst pakt.

Meerdere gaatjes

Heb je er meer dan één, zet dan de opvallendste oorbel in het onderste gaatje en houd de rest daarboven klein. Zo loopt je oor mooi op. Houd alles in dezelfde kleur, dan oogt het als één geheel.

Bekijk onze oorbellen, of lees hoe je bepaalt of goud of zilver je het best staat.